“Doar hédde hum wir”.

“Doar hèdde hum wir”.

De titel van dit artikel laat zich in eerste instantie maar lastig lezen en zeker als je niet uit onze Brabantse regionen afkomstig bent. Toch leek het me een sprekende “aanhef” om uw interesse te wekken. En dat is wat we in onze katholieke kerk proberen. Uw aandacht te vragen voor de Boodschap. Als je tijdens ontmoetingen mensen spreekt, is vaak hun eerste vraag wat je beroep is. Het geeft ze kennelijk een idee hoe ze je moeten “plaatsen”. Als je dan zegt voor de katholieke kerk te werken, wordt je soms meewarig aangekeken, alsof je van een andere planeet komt. Werken voor de kerk is in hun beleving niet meer van deze tijd. Want wie gelooft er nou nog? Steeds meer kerken worden gesloten. Het aantal mensen dat een roeping voelt voor de Boodschap neemt af, althans zo lijkt het. Als we de cijfers van de statistieken mogen geloven, klopt dat ook. Soms hoor ik oudere collegae met weemoed praten over volle kerken van weleer. Kerk en geloof lagen nog stevig in de samenleving verankerd. In de praktijk van alle dag, zijn mensen kennelijk nog altijd op zoek naar zingeving. Waar waar kerken gesloten worden, ontstaan er kapellen. Daar worden vele kaarsjes aangestoken, omwille van dankbaarheid of juist verdriet. Het zijn de tekenen van een sluimerend bewustzijn in mensen, door hun zoektocht naar het ” Ongrijpbare “. Brandende kaarsen als getuigenis van een lichtend geloof en Vader God die voor ons zorgt. Of misschien wel Moeder Maria, als moeder van Jezus, waarin velen zich zo herkennen als een zorgzame moeder voor allen die naar Jezus zoeken. Ja, daar mag ik voor staan, als ik zeg voor de kerk te werken. Nog altijd enthousiast kunnen zijn vanuit Christus die me eens geroepen heeft,( en tegen de stroom in) ons allemaal roept. “Doar hedde hum wir” en “ Ja, doar ben ik Van”. Sterker nog, daar wil ik van zijn, want de Boodschap is een oud verhaal in goede zorgen van mensen voor elkaar. Lege kerkgebouwen met andere functie: “ Stille getuigen van wat eens was “. Kleine kapellen, lichtende getuigen van wat er nog altijd is. Christus in Zijn liefde voor mensen. Elk brandend kaarsje als de opmaat van iets kleins naar iets hogers. Kaarsjes van stil en zichtbaar geloof. De mens die zoekt wat de wereld kennelijk niet geven kan!

Mari van der Heijden